In 2015 opende het Japanse Henn na Hotel als eerste robothotel ter wereld, compleet met een velociraptor aan de incheckbalie. In 2019 haalde het opnieuw de krantenkoppen, dit keer omdat het ongeveer de helft van zijn robots met pensioen stuurde na klachten van gasten: de kamerassistent maakte slapers wakker omdat hij gesnurk voor een commando aanzag, en de machines bezorgden het menselijke personeel meer werk dan ze uitspaarden. Het blijft de leerrijkste mislukking van de servicerobotica, en ze heeft de hotelrobot niet gedood. Ze heeft hem manieren geleerd.
De tweede golf is saai, en dat is de bedoeling
In 2026 rijden er meer robots door hotelgangen dan ooit, maar ze doen niet langer alsof ze personeel zijn. Ze zijn logistiek. Bezorgrobots van firma's als Relay, Keenon en Pudu brengen handdoeken, tandenborstels en nachtelijke snacks naar de kamers, nemen zelfstandig de lift en bellen de kamer bij aankomst; het Aloft-merk van Marriott lanceerde het concept met zijn butlerrobot Botlr. Hotels die ze gebruiken, melden ongeveer 25 procent minder telefoontjes naar de receptie voor benodigdheden, en de machines vangen de verzoeken van twee uur 's nachts op waarvoor geen manager personeel wil inplannen. De bagagerobot Yobot van YOTEL en vloten autonome schrobmachines maken het plaatje af: robots doen het onzichtbare werk, mensen doen het onthaal.
De economie verklaart de vaart. Sectorenquêtes melden dat 87 procent van de Amerikaanse hotels in 2025 met personeelstekorten kampte, met housekeeping als moeilijkst in te vullen functie, een jaarlijks verloop van 70 tot 80 procent en loonkosten rond een derde van de omzet. Analisten schatten de markt voor horecarobots op zowat 0,8 tot 1 miljard dollar in 2026 en verwachten dat die tegen 2031 meer dan verdubbelt, met ongeveer 24 procent groei per jaar. Tegenover de anderhalf miljoen niet-ingevulde horecajobs die alleen al in de Verenigde Staten worden gemeld, is de robot minder een curiosum dan een gatenvuller in het rooster.
De oudste regel van de gastvrijheid geldt nog altijd
Wat de tweede golf onderscheidt van Henn na's eerste poging is een simpele discipline: automatiseer de taak, niet de relatie. Gasten wilden nooit dat een dinosaurus hen incheckte; ze wilden hun extra kussen binnen vier minuten. De hotels die slagen met robots zetten ze in waar betrouwbaarheid charme verslaat, en houden mensen waar de glimlach het product is. Zelfs Henn na draait nu een hybride model, een klein menselijk team dat de machines superviseert, wat de sector stilzwijgend als de gouden standaard beschouwt.
Onze kijk: de horeca is de school van nederigheid voor de robotica. Een magazijn verdraagt een onhandige robot; een vermoeide gast niet. De les geldt voor elke sector die vandaag humanoïden aanwerft: de vraag is nooit of de robot indruk maakt op dag één, maar of iemand hem zou missen op dag vierhonderd. De handdoekdragers van 2026 slagen voor die test. De velociraptor nooit.
